Terug naar Libanon

Door Astrid de Kuijer, 2013/10/20

Onlangs vertrok Astrid de Kuijer opnieuw naar Libanon. Ze schreef voor Humedica Belgium het volgende verslag over haar ervaringen over haar werk in de vluchtelingenkampen nabij de Syrische grens.

11 jaar is Maisa. Ze heeft zich tussen de duwende menigte, schreeuwende vrouwen en huilende babies voor onze tent, staande kunnen houden en is nu aan de beurt in onze mobile clinic (Primary Health Care).
Haar vingertoppen zijn kapot, haar knieën doen pijn. Ze kan er 's nachts niet van slapen. Ze woont samen met haar moeder en 2 broertjes in een tent in dit kamp. Zij en haar moeder werken 7 dagen per week op het land hier bij Zahleh, Libanon. Haar vader en 2 broers zijn in Syrië achtergebleven.

Mariam, 39 jaar oud komt met 7 van haar 9 kinderen naar onze mobile clinic. Ze wonen in een tent in dit kamp en hebben scabiës (schurft) maar dat wist ze al. Ze heeft het vaker gehad. Het hele gezin moet behandeld gaan worden, alle kleding en beddengoed gewassen. En dat 3 dagen achter elkaar. Dat gaat niet lukken. Ga maar eens 3 dagen achtereen 2 volwassenen en 9 kinderen van top tot teen in de lotion zetten! En alles wassen met de beperkte middelen die in het kamp zijn. Geloof maar niet dat hier iemand in de tent een wasmachine heeft of geld heeft om in de stad naar een wasserette te gaan ...

Waiz is 7 jaar. Sinds 4 maanden is hij met zijn familie in dit kamp. Zijn moeder vraagt om medicatie want hij plast weer in zijn broek, zowel overdag als 's nachts. Het begon toen de raketten naast hun huis in Syrië terecht kwamen.

Zomar, onze tolk is tandarts. Hij woont sinds 4 maanden in Zahleh, samen met zijn vrouw en 2 kleine kinderen en heeft een praktijk in Damascus. Zomar is gevlucht toen een bom het huis van de buren totaal vernietigde en de buurman met zoon hierbij gedood werden. Hij weet niet of hij ooit nog terug kan en wat er dan van zijn huis en tandenartsenpraktijk over is.

Per dag bezoeken we met ons team 2 kampen die allemaal tussen Zahleh en de syrische grens liggen. In totaal zijn er 38 kampen. 's Ochtends pakken we de auto vol met medicatie, 2 campingtafels en wat stoelen. We rijden naar een kamp, pakken uit en richten een tent en een plek in voor onze 2 dokters, tolken en verpleegkundige/apotheek. Zo zien we ongeveer 70 patiënten. Aan het einde van de ochtend pakke we alles weer in, lunchen we en alles herhaalt zich op een volgend kamp.

In ieder kamp is het dringen. Iedereen wil tegelijk bij ons naar binnen want als we onze mentale limiet bereiken of de dag ten einde is, stoppen we. Dan pakken we in en rijden we terug naar Zahleh om de tolken thuis te brengen en naar ons appartement te rijden, boven op de berg.

Groet, Astrid de Kuijer

 
 
Facebook