Katelijne Declerck ging voor 4 weken met Humedica naar Haïti en brengt in volgend artikel uitgebreid verslag uit over haar ervaringen als hulpverlener in een land in nood.
"Bonjou, ki jan ou ye?" - "Hallo, hoe gaat het met je?"
Bijna vier weken zijn voorbijgevlogen sinds het huidige Humedicateam in de wijk Delmas 75 in Port-au-Prince te Haiti is neergestreken. Aan de dagelijkse portie rijst met bonen en een kippeboutje zijn we ondertussen al gewend geraakt en het smaakt heus niet slecht. We krijgen af en toe zelfs Belgische frietjes en een hotdog. Als ontbijt worden we verwend met croissants, andere koffiekoeken, een eitje en een heerlijk stuk zonovergoten fruit. Wie hoor je hier klagen?
Onze patienten in Hospital Espoir zijn reeds flink aan het revalideren. Vele patienten die nog met grote wonden of onvoldoende geheelde breuken te bed lagen tijdens onze eerste week hier, zijn nu dapper aan het oefenen. Revalidatie met of zonder uitwendige fixators, met of zonder verband of ontsteking en met of zonder prothese. Handicap International doet hier prachtig werk in Haiti. Vele techniekers komen uit Brazilie en de helpende handen van de kinesisten komen vanuit de ganse wereld. Reeds drie patienten in ons ziekenhuis stappen rond met hun beenprothese. Het klinkt eigenaardig, maar deze mensen leren terug stappen met twee benen en kunnen zo hun toekomst weer positief tegemoet zien. Ik kon een ganse dag onze patienten vergezellen naar de grote werkplaats van Handicap International. De grenzen die de therapeuten bij deze mensen verleggen zijn wonderbaar. Het is een grote therapieruimte waar de revalidanten ook elkaar aan het werk zien en dit werkt enorm stimulerend. Kinderen, jonge mensen en ouderen, iedereen werkt hier heel hard aan zijn revalidatie.
Met de verbandzorg hebben we onze handen meer dan vol. Vele patiënten hebben besmette wonden, slecht genezen beenbreuken en worden opnieuw geopereerd of hebben een serieuze decubitus, vooral de oudere mensen dan. Er is gelukkig reeds een positieve evolutie in de wondgenezing te zien. De patienten zijn heel dankbaar voor de zorgen die ze toegediend krijgen. Ze geven je ook zo veel energie terug, vaak zonder woorden maar met die weemoedige blik in hun ogen en die stralend witte glimlach.
Niet alle mensen kunnen echter glimlachen. Soms is hun verdriet zo intens dat alleen een hand op hun schouder even wat troost en medeleven kan bieden. Vele slachtoffers werden nooit teruggezien, vele lichamen nooit gevonden, vele families zijn verscheurd door verlies en groot verdriet. Er zijn ook veel weeskinderen, die vaak opgevangen worden door familie, buren of vrienden. Een vrouw verloor haar man en overleefde met zes kinderen. Ze verloor zelf een van haar benen. Weg echtgenoot, weg inkomen, weg het leven als valide mens. Enkel een grote verantwoordelijkheid voor de zorg om haar kinderen blijft over maar toch is ze zo dankbaar dat al haar kinderen nog bij haar zijn.
Enkele patienten vechten nog steeds voor het behoud van hun been of hun hand. Niet alle wonden evolueren positief waardoor amputaties alsnog kunnen volgen. Vaak heel hard, vooral voor de mensen zelf maar ook voor de artsen die deze droevige prognoses dienen mee te delen en voor de verpleegkundigen en kinesitherapeuten die de mensen nadien verder verzorgen en begeleiden. Keihard voor de familie die reeds samen met de patient in een nieuwe toekomst en een nieuw leven buiten de ziekenhuistenten geloofde.
Vele mensen voelen zich ook schuldig als enige overlevende van een familie. Het opvangnet in Haiti kan je echt niet vergelijken met dat van bij ons, want er is er nauwelijks een. De mensen worden nog maar eens afhankelijk van hulp van buitenaf, ze zitten echt met hun handen in het haar.
Enkele patienten konden echter reeds ontslagen worden maar dit is de volgende heel moeilijke stap. De veilige omgeving van het ziekenhuis verlaten om op straat, meestal in tenten te gaan wonen, is verre van eenvoudig te noemen. Geen elektriciteit, geen regelmatige en gezonde maaltijden meer met exta proteinen in. Ook de lotgenoten waar ze hun tenten, vaak met hun hele hebben en houden, hun televisie en hun radio mee deelden, vallen weg. Er wordt als welkome afwisseling keihard domino gespeeld in het ziekenhuis en de kandidaatspelers zijn talrijk. De mensen in het ziekenhuis zijn een grote familie geworden, met dezelfde zorgen en vaak hetzelfde grote verdriet bij het missen van familie en vrienden.
Het afscheid nemen van al deze mensen is reeds begonnen. De patienten zagen reeds zovele hulpverleners komen en gaan. Het vertrouwen in het volgende team dient weer te groeien. Er zal terug afgetast en soms wantrouwig maar vooral nieuwsgierig gereageerd worden. Het belang van humanitaire hulverlening op langere basis is heel belangrijk, juist omwille van dat vertrouwen. Als je zo hard gekwetst raakt, zowel lichamelijk als geestelijk, dan heb je een vertrouwde houvast nodig om terug in de toekomst te kunnen geloven, om terug ten volle tot het besef te komen dat het leven intensief verder gaat zoals voordien. Ook hulpverleners aller landen kunnen hierin hun steentje bijdragen.
Volgende maand dienen alle hulpverleners Quisqueya, de school waar we verblijven, te verlaten, daar de lessen opnieuw beginnen. Een prachtig vooruitzicht voor de kinderen hier, voor hun toekomst en hopelijk ook voor dat van hun land. Laat ons hopen dat de fundamenten voor de toekomst steviger mogen zijn. Aan deze toekomst wordt letterlijk alvast duchtig getimmerd en gebouwd.
Katelijne