Foto: humedica
Astrid De Kuijer werkt de komende maand op vrijwillige basis als verpleegkundige in Haïti en ging eerder al met Humedica naar Sudan, Darfur en naar Niger. In het dagelijkse leven werkt ze als seniorverpleegkundige op de polikliniek voor gastroenterologische oncologische chirurgie en mammacare van het UMC in Utrecht. In volgend verslag vertelt ze over haar ervaringen als medische hulpverlener in het zwaargetroffen gebied rond Léogâne.
Donderdag, 8 april
Léogâne. De dagen vliegen voorbij. Vóór je het weet wordt het alweer donker en lig ik om uiterlijk 22.00u op m’n matje en slaap onmiddellijk, doodmoe.
Ik slaap ik in m’n eentje in een tent. Mijn 3 andere collega’s waar ik vorige week de tent mee deelde voelen zich veiliger in het klaslokaal annex pharmacie magazijn.
Heerlijk om een moment per dag alleen te zijn en ik slaap liever in de tent omdat er nog steeds kleine aardschokken zijn.
Na de kleine aardschok van vanmiddag is de slaapplaats een punt van discussie geworden. Besloten wordt om, vanwege de veiligheid, allemaal weer in een tent te slapen.
Foto: humedica
Gisteren hadden we een heftig spreekuur.
Eén van mijn patiënten die voor wondbehandeling van zijn beide benen kwam, klaagde ook over hevige pijn in z’n armen. Als ik er maar naar keek deed het al pijn. Ook had hij een vergrote lever, milt en gele ogen. Wel symptomen die bij veel tropische ziekten horen maar die pijn in z’n armen zijn specifiek. Ik besloot te vragen naar erfelijke aandoeningen en inderdaad. Sikkelcelanaemie. Hij bleek in een crisis van zijn ziekte en knapte totaal niet op van 1 ½ liter infuus. Tegelijk kwam de jongen op het spreekuur, die we gisteren naar de Cubanen hebben gestuurd omdat we een appendicitis vermoedden (en daar hebben ze een prachtige OK in een tent + chirurgen!). De Cubanen hadden hem weer naar huis gestuurd omdat hij geen appendicitis maar mogelijk een niersteen had.
Bij ons kwam hij nu weer met 41 graden koorts en pijn in zijn hele buik. Moeilijk want we hebben hier alleen maar verbanden, stethoscopen, bloeddrukmeters etc. Geen laboratorium, geen radiologie. Uiteindelijk begon hij te braken en besloten we de beide patiënten naar het ziekenhuis van Artsen zonder Grenzen in het centrum van Leogane te brengen. In onze auto met een (braak)emmer, handschoenen en doeken om de troep z.n. op te ruimen, vertrok ik met de chauffeur en 2 patiënten. Veiligheidsinstructie mee: ik mag nooit de auto alleen verlaten en als de chauffeur de auto uit gaat, moet ik de sleutels hebben. Zijn gewoon de standaard regels voor alle NGO’s. De sleutels heb je nodig om te vluchten of af te geven bij een overval.
Het centrum van Leogane maakt me verdrietig. Daar staat echt niets meer overeind en er hangt een grijze stofwolk van al het puin. De mensen daar zijn ook niet in staat om het op te gaan ruimen. Daar heb je vrachtwagens voor nodig, dat is duur en waar breng je het heen? In de hele omgeving liggen al bergen puin langs de weg.
Foto: humedica
Vrijdag, 9 april
Vandaag was het niet druk. Dat is meestal zo als het hard geregend heeft. De mensen hier kleden zich netjes als ze naar de dokter gaan maar dat wordt natuurlijk niets als je in de modder leeft. Dus als het hard geregend heeft stellen patiënten hun bezoek aan de dokter zo mogelijk even uit.
Vandaag kwam opnieuw de jongen van 7 jaar, een prachtig jongetje, voor wondbehandeling van de wond aan zijn been. Steeds als hij komt vraagt hij me of ik zijn moeder wil zijn. Zijn moeder is overleden en zijn vader heeft geen tijd voor hem. In de loop van de tijd horen we steeds meer verdrietige verhalen van de patiënten. De moeder, die haar hele gezin bij de aardbeving verloor, alleen één jonge dochter overleefde de ramp maar verloor haar beide benen. Ons buurjongetje, die met zijn ouders in hutjes naast ons kamp en naast hun ingestorte woning leeft en vraagt: “Give me tent”. Nu ik 2x de aarde heb voelen trillen, kan ik me mogelijk een klein beetje voorstellen wat een angst al deze mensen moeten hebben gehad toen de grote beving er was. Zelfs die 2 kleine trillingen van een paar seconden maakten me al aan het schrikken.