Restavec kinderen in Port-au-Prince: Hun droevige lot werd na de beving nog miserabeler. Foto: humedica/Judith Kühl
Judith Kuhl coördineert het journalistieke werk van de media vertegenwoordigers die het team van Humedica vergezellen. Ze regelt interviews en doet verslag van de situatie zoals in dit fragment uit haar “Dagboek uit Haîti”. Judith Kühl brengt verslag uit vanuit een verwoeste stad, tussen hoop en angst.
Maandag, 25 januari 2010, 12u10, lokale tijd.
Dit is wat geen enkel kind wilt zijn, een zogenaamd “restavec” kind. Geen kind wilt zo genoemd worden. Toch zijn er naar schatting 300.000 van dergelijke kinderen in Haïti. Ze leven bij arme families, als slaven. Ze maken schoon, wassen, koken, halen water en zorgen voor de jongsten in huis.
Ze doen alles wat hen wordt opgedragen. Ze hebben geen eigen verhaal. Alles wat ze hebben is een dak boven hun hoofd, een roestig dak van halfvergaan ijzer in een hut in de krottenwijk “ Wharf Jeremie”, een plaats die er na de aardbeving zo mogelijk nog onbewoonbaarder uitziet dan ervoor. Voor de hut ligt de grond vol met modder, vuilnis en uitwerpselen.
Restavec kinderen in Port-au-Prince: Hun droevige lot werd na de beving nog miserabeler. Foto: humedica/Judith Kühl
Het lot van de “restavec” kinderen is tragisch. Joanne, bijvoorbeeld, is een 10-jaar oud meisje dat al voor zo lang al ze zich kan herinneren in “Wharf Jeremie” in Port-au-Prince woont. Ze is mager en lijkt verlegen. De ernstige littekens op haar gezicht doen vermoeden dat ze in haar jonge leven al veel met geweld is geconfronteerd. “Joanne is een superster”, vertelt me één van de medewerkers van partnerorganisatie ‘Kindernothilfe’ die zich al een tijd bekommert om het lot van de kinderen in deze sloppenwijk.
Hij vraagt Joanne om een stukje te zingen. Joanne zingt prachtig, maar er vallen geen enkele gevoelens van haar gezicht af te lezen. Ze lacht niet zoals de andere kinderen om haar heen. Wanneer ze uitgezongen is, kijkt ze me zijdelings verlegen aan. Voorzichtig sluit ik haar in mijn armen. Ze lijkt broos en uitgeput. Haar vuile kleverige handen grijpen die van mij. Ze zegt geen woord en kijkt me met lege ogen aan.
Door de recente aardbeving is het lot van de “restavec” kinderen nog miserabeler geworden. Veel van de kinderen verloren alles. Hun zogenaamde “gastfamilies” verjoegen hen: ze konden niet eens hun eigen kinderen voeden. Weeskinderen lopen het gevaar om verkocht te worden als “restavec” kinderen door mensenhandelaars.
Hulporganisatie Kindernothilfe, een partnerorganisatie van humedica in Haïti, is bezig een kinderverzorgingscentrum op te zetten voor “restavec”- en andere getraumatiseerde kinderen in “Wharf Jeremie”. Een psycholoog zal zich ontfermen over de eenzame kinderen. “Op lange termijn is het de bedoeling van het project om de kinderen de mogelijkheid te geven onderwijs te volgen. Dit is de enige manier waarop ze uit de armoedecirkel kunnen geraken.” Aldus Jurgen Schübelin, oprichter van het project.